Ga voor verbetering, niet voor perfectie

Perfectie wordt vaak als einddoel beschouwd. Iedereen wilt uiteindelijk dat het perfect gaat. Eerst perfect management, dan een perfecte training en uiteindelijk een perfecte proeft.


Eén probleem: als je focust op perfectie gaat het juist niet lukken. De focus moet liggen op progressie. Je wil beter worden. Beter worden is het doel, niet perfectie.


Wat is jouw einddoel? Als je eindeloos thuis door oefent om de perfecte proef te kunnen rijden, zal je een aantal dingen merken als je op wedstrijd gaat:


  • Je hebt heel veel wedstrijdspanning want de druk die je jezelf oplegt is enorm

  • Je paard heeft (daardoor) spanning;

  • Je mist zelf de benodigde wedstrijdroutine


Perfectionisme is dus een mega valkuil als je op wedstrijd gaat. Je rijdt de proef nooit zo goed als je thuis zou kunnen. Je ging voor perfectie en hebt heel lang thuis getraind, maar toch lukt het niet op wedstrijd. Want op wedstrijd krijg je toch een beetje de zenuwen en voel je je onzeker. Wat als het op wedstrijd niet zo gaat als thuis?


Je proef gaat vervolgens een stuk minder goed dan je hoopte. Je staart je blind op wat er in jouw ogen niet goed ging en ziet helemaal niet meer wat er wél goed ging. Hierdoor sta je je jezelf niet toe om er weer van te leren.


Perfectionisme is het streven naar volmaaktheid

Maar, wat zou er gebeuren als je jezelf toestemming geeft om te falen? Stel je even voor dat je tegen jezelf zegt:

  • Het is oké als je fouten maakt.

  • Het hoeft niet in één keer goed, ook niet in twee keer.

  • Het hoeft niet perfect.

Voel je de ruimte die er dan ontstaat? Voel je dat het een stuk lichter wordt?


Je krijgt waarschijnlijk ook meteen stress (of weerstand) als je je dat verbeeldt. Want je wíl helemaal geen fouten maken. Grote kans dat als je jezelf toestaat om fouten te maken, je zo ontspannen en gefocust je proef in gaat dat je niet eens fouten maakt.


Juist van het denken “alles moet goed gaan”, ga je fouten maken. Je wordt namelijk strak en chaotisch en je houdt je adem in.


Ontwikkel een tolerantie voor falen

Ga wat eerder op wedstrijd. Bijvoorbeeld als je training ongeveer voor 70% voor elkaar is. Je hebt dan geen onmogelijke druk, want het is ook nog niet perfect en dat verwacht je ook niet van jezelf. Je geeft jezelf de kans te kijken waar je staat en je geeft jouw paard een fijne wedstrijdervaring, want die heeft geen strakke, gespannen ruiter op z’n rug.


En ontwikkel een tolerantie voor falen. Dat helpt je precies om die zelfverzekerde en succesvolle ruiter te worden die fijn die proeven rond stuurt.


Bewijsdrang

Ga op wedstrijd om te leren en niet om indruk te maken of jezelf te bewijzen. Als je jezelf wil bewijzen dat je het echt wel kan of dat je je paard echt wel goed voor elkaar hebt ga je met de verkeerde intentie op wedstrijd. Je hoeft niemand iets te bewijzen. Je gaat alleen om te leren en om te kijken waar je staat.


Het is dan een stuk relaxter om op wedstrijd te en er is veel minder spanning. Ga naar een training, clinic of workshop om iets te leren, in plaats van indruk te maken. Zo haal je de druk af van je eigen prestatie en presteer je veel beter.